Prinsjesdag 2015

Afgelopen dinsdag 15 september was het weer zo ver: Prinsjesdag. Uit het Belastingplan 2016, dat op Prinsjesdag is aangeboden aan de Tweede Kamer, zijn de onderstaande wijzigingen naar voren gekomen.

 

Bestrijding emigratielek aanmerkelijkbelanghouders

Belastingplichtigen met een aanmerkelijk belang die gaan emigreren, worden geacht onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de emigratie de aandelen te hebben vervreemd. Over de waardegroei die is gerealiseerd tijdens het verblijf in Nederland, wordt belasting geheven in de vorm van een conserverende aanslag. Voor deze aanslag werd tot op heden 10 jaar uitstel van betaling verleend. Als er in deze 10 jaar geen omstandigheden plaatsvonden die zouden leiden tot invordering, werd de verschuldigde belasting kwijtgescholden. Het kabinet vond dit een onwenselijke situatie en heeft derhalve een regeling voorgesteld waarbij winstuitdelingen die na de emigratie plaatsvinden, zullen leiden tot belastingheffing of tot een (naar rato) intrekking van het uitstel. Daarnaast zal de conserverende aanslag niet meer na 10 jaar kwijtgescholden worden. Deze regeling is op 15 september 2015 om 15.15 uur van kracht geworden om anticipatiegedrag te voorkomen.

 

De volgende wijzigingen zullen op 1 januari 2016 ingaan:

  • De tweede en derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting zullen  verlaagd worden met 1,85% naar 40,15%
  • De derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting zal verlengd worden. Hierdoor zal de vierde schijf van 52% pas beginnen bij € 66.421 (in 2015: € 57.585).
  • De algemene heffingskorting zal verder worden afgebouwd voor de hogere inkomens.
  • De arbeidskorting zal verhoogd worden. Vanaf € 34.000 zal de arbeidskorting echter afgebouwd worden, totdat er bij een inkomen van € 111.600 geen recht meer bestaat op de heffingskorting.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal verhoogd gaan worden. Bij een inkomen van €32.970 zal de maximale korting van € 2.769 bereikt worden (in 2015: € 2.152).
  • De ouderenkorting wordt verhoogd. Daarentegen zal de ouderentoeslag voor vermogen in box 3 komen   te vervallen.
  • De kinderopvangtoeslag zal verhoogd worden.
  • De RDA zal afgeschaft worden. Daarentegen zal de grondslag voor de S&O-afdrachtvermindering bestaan uit alle S&O-kosten (dus niet alleen meer de loonkosten, maar ook de overige kosten en uitgaven).
  • De informatieplicht die momenteel geldt voor leningen voor de eigen woning bij de eigen BV of bij een   familielid, zal komen te vervallen. Deze informatieplicht zal geïntegreerd worden in het aangifteproces.

De volgende voorgenomen wijzigingen zullen per 1 januari 2017 ingaan:

  • Werkgevers die werknemers in dienst nemen die rond het minimumloon uitbetaald krijgen, zullen een tegemoetkoming ontvangen van maximaal € 2.000.
  • De vermogensrendementsheffing van box 3 zal hervormd worden. In 2015 heeft iedere     belastingplichtige een heffingsvrij vermogen van € 21.330. Van het meerdere wordt 4% forfaitair belast tegen 30% belasting. Vanaf 2017 zal iedere belastingplichtige een vrijstelling krijgen van € 25.000. Vervolgens zal het meerdere belast worden in drie verschillende schijven. De eerste schijf loopt tot € 100.000 en hiervan zal 2,9% forfaitair belast worden. Het vermogen tussen de € 100.000 en € 1.000.000 zal voor 4% forfaitair belast worden. Voor het vermogen boven de € 1.000.000 zal het forfaitaire rendement op 5,5% gesteld worden. 
  • De vrijstelling voor een eenmalige schenking voor de eigen woning zal verhoogd worden naar € 100.000 (in 2015: € 52.752). Momenteel geldt deze vrijstelling alleen als de schenking door een ouder aan een kind wordt gedaan. Deze eis komt te vervallen. Wel blijft de eis dat de ontvanger tussen de 18 en 40 jaar moet zijn, bestaan.

 



Naar het overzicht